De foltering van Eldorado

In 1965 vestigde Helman zich op het paradijselijke Caraïbische eiland Tobago in een huis dat hij Bel Exil noemde. Toen zijn dienstverband als reizend diplomaat voor het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken in 1969 afliep, zette hij zich aan verschillende schrijfprojecten om zijn geboorteland Suriname in kaart te brengen. Dat leidde tot twee collecties opstellen: Cultureel mozaïek van Suriname (1977) en Facetten van de Surinaamse samenleving (1978).

Door Helman ontworpen wapen van Suriname

Helmans politieke opvattingen over Suriname waren gebaseerd op een diepgaand bestuderen van de geschiedenis en culturen van het land. Het meest uitgesproken legde hij zijn historische visie neer in het populairwetenschappelijke fotoboek Avonturen aan de Wilde Kust (1982) en de grote geschiedschrijving over de ‘vijf Guyana’s’ De foltering van Eldorado (1983).

In juli 1979 liet uitgever Bob Verbeek hem weten dat hij een beeldboek wilde produceren over de Surinaamse geschiedenis, dat Sranan Kondre zou gaan heten. De beeldresearch was al gedaan, maar hij zocht nog een tekstschrijver. Die had hij dan prompt gevonden, want drie maanden later had Helman al enkele hoofdstukken klaar. In juli 1980 was hij zelfs in Cambridge om naspeuringen te doen en hij werkte naarstig verder. In 1982 verscheen de populaire, fraai geïllustreerde geschiedenis van Suriname met zijn buurlanden Avonturen aan de Wilde Kust. Onder regie van Jan Bosdriesz en op basis van een script van Gerard Soeteman werd Avonturen aan de Wilde Kust in 1982 door de NOS uitgezonden als vijfdelige documentaireserie.

Tot grote ergernis van Helman verkocht de NOS de serie ook aan Suriname ‘zodat ze de militairen stroop om de mond moesten smeren,’ aldus Helman. Elke aflevering begon met een sequence van Surinaamse beelden, begeleid door musicerende soldaten in battledress. Zijn landgenoot Edgar Cairo vond in de Volkskrant niettemin dat de aanpak van de televisieserie au fond volgens het oude boekje was: koloniale geschiedenis opgehangen aan de commentaren van zogenaamde deskundigen.

Intussen werkte Helman door aan een veel breder historisch werk, De foltering van Eldorado. Vier jaar schreef hij aan de bijna 500 pagina’s van het boek en het was geen ijdelheid toen hij opmerkte dat de research ervoor eigenlijk zijn hele leven had genomen. De foltering van Eldorado is een ‘ecologische geschiedenis van de vijf Guyana’s’ (Brits en Frans Guyana, Suriname, Venezuela en Noord-Brazilië), waarin hij de geschiedenis schetst van inheemsen, veroveraars en post-kolonialen in de Noordoosthoek van Latijns-Amerika. Het thema had hem al heel lang beziggehouden: al in de jaren ’30 had hij een lang stuk geschreven, ‘Indianen aan de Wilde Kust’. Het boek is een grootse poging tot herschrijving vanuit niet-westerse optiek van een deel van de Zuid-Amerikaanse geschiedenis en doet als zodanig niet onder voor Eduardo Galeano's Kroniek van het vuur. Het is een zeer persoonlijk boek, Helman sprak zelfs van ‘één grote zoektocht naar mijn roots.’

De historica Silvia de Groot heeft in Vrij Nederland opgemerkt dat in het boek dezelfde persoon spreekt als de ‘verbitterde romanticus en teleurgestelde idealist die hij in Zuid-Zuid-West al was.’ Dit is zeker waar, maar het is ook deze persoonlijke gedrevenheid die De foltering van Eldorado tot een histoire engagée maakt die het boek als literair document bijzondere waarde verleent. Edgar Cairo sprak van een ‘uniek en wreeddadig mooi boek’, waarmee een reuzenstap werd gezet op het gebied van ‘een heilzame, alternatieve vorm van geschiedschrijving.’ Tegelijk constateerde hij dat Helman de taal gebruikt als een Nederlander: ‘Het dure Nederlands wijst op over-compensatie, op over-identificatie’; daarmee bevestigt hij volgens Cairo juist de superioriteit van de taal, scholing en cultuur van de Europeanen: ‘Dit is nu Helmans eigen foltering!’ Daarmee raakte Cairo aan een bekend postkoloniaal issue: de worsteling met de koloniale taal en de verovering van een eigen idioom.

Brief Judith de Kom, 4 november 1982

Wat Helman zeker onaangenaam verraste, was de brief die Judith de Kom, dochter van Anton de Kom, de schrijver van Wij slaven van Suriname, kort na de verschijning van Avonturen aan de Wilde Kust stuurde aan de uitgever en waarin zij stelt dat Helman pertinente onjuistheden over De Kom schrijft. De Kom had met verschillende citaten uit Zuid-Zuid-West Helman de eer gegeven de inspirator te zijn van zijn boek. In 1934 was Wij slaven van Suriname misschien wel de allereerste dekoloniserende herschrijving door een landskind van een stuk Caraïbische geschiedenis. Daarvóór waren het altijd Nederlanders geweest die over de Surinaamse geschiedenis schreven.

Een halve eeuw later was De foltering van Eldorado een ambitieuze nieuwe geschiedherschrijving door een Surinamer. Het boek is vijf keer zo omvangrijk als De Koms boek, heeft ook een vijf keer groter geografisch bereik, is tien keer zo goed gedocumenteerd en honderd keer beter geschreven. Maar Helmans geschiedschrijving verwierf nooit de reputatie die het boek van De Kom uit 1934 ten deel is gevallen. Het werd niet de onontkoombare classic die Wij slaven van Suriname wel is geworden. Helman was ontegenzeggelijk de betere schrijver, maar De Kom de meer aansprekende figuur.

Helman schreef een veel bredere geschiedenis dan De Kom, die zich beperkte tot Suriname. Hij plaveide daarmee de weg tot nieuw nationalistisch denken, De foltering van Eldorado gaf de nagalm van dat geluid. Bovendien streek Helman met venijnige opmerkingen en een soms denigrerende toon veel lezers tegen de haren in, terwijl De Kom veel meer moeite deed om de lezer voor zijn betoog te winnen. Tenslotte: Wij slaven van Suriname was een boek over een treurige koloniale geschiedenis maar wel een boek waaraan de Surinamers een zekere trots konden ontlenen. De foltering van Eldorado daarentegen was een boek dat voor Suriname slechts het perspectief ontvouwde om vroeger of later door de grote buur Brazilië opgeslokt te worden, zoals Guyana en Trinidad & Tobago dat naar de mening van Helman zouden worden door Venezuela. Overigens kreeg dat weinig vrolijke perspectief een jaar na de invasie van de Falkland Islands door Argentinië de schijn van een griezelig realisme.

Bronvermelding

Over Avontu­ren aan de Wilde Kust: Edgar Cairo, ‘De andere kant van diverse koloniale voyagien.’ In: de Volkskrant, 23 oktober 1982.

Over De foltering van Eldorado: Edgar Cairo, ‘Eldorado van Albert Helman een goudmijn.’ In: de Volkskrant, 21 oktober 1983. En Silvia W. Groot, ‘Panorama van de vijf Guyana’s.’ In: Vrij Nederland, 1 oktober 1983.