Sluiten

Boudewijn
Büch

'een wereld verzinnen om
mezelf waar te maken'

de romanticus

Als tiener verslond Boudewijn Büch het werk van de grote Romantische dichters en droomde ervan minstens zo beroemd te worden. Hij liet zich inspireren door het dichterschap van zijn literaire helden, maar nog meer door hun tragische en meeslepende levens.

In 1961 begon Büch op het gymnasium aan het Bonaventura College in Leiden. Al snel had hij meer aandacht voor het redacteurschap van schoolkrant de Vonk dan voor de meeste vakken. Hij kon nauwelijks belangstelling opbrengen voor onderwerpen die hem niet interesseerden, maar des te fanatieker hield hij zich met de Vonk bezig. In 1965 werd hij hoofdredacteur, wat hij aangreep om de schoolkrant van een compleet nieuw uiterlijk te voorzien. De ‘radicale vernieuwing’ bleef niet onopgemerkt door de lokale pers. De Leidse Courant van 30 oktober 1965 sprak van ‘een sensatie voor de heele schoolperswereld’.

Geïnspireerd door het werk van Gerrit Achterberg begon ook de jonge Büch – bijna even monomaan – te dichten. Hij schreef schriften vol met gedichten over de meest uiteenlopende onderwerpen. Hij liet zijn werk lezen aan de Wassenaarse kinderboekenschrijver (en latere televisiepersoonlijkheid) Sipke van der Land, die hem aanspoorde meer geduld te hebben, meer te schaven en zijn gedichten meer samenhang te geven. Maar daarvoor was Büchs brandende ambitie en schrijflust te groot: zodra de regels op papier stonden, begon hij aan het volgende gedicht. In het voorjaar van 1965 zag hij voor het eerst twee van zijn gedichten gedrukt: ‘Wandeling langs het strand’ werd gepubliceerd in de Vonk, evenals een tweeregelig titelloos gedicht.

3
foto's

Tijdens een van de redactievergaderingen ontmoette Büch Peter van Zonneveld, met wie hij niet alleen zijn liefde voor melancholische poëzie bleek te delen, maar ook de onbedwingbare behoefte om antiquariaten af te struinen. Dankzij Van Zonneveld maakte hij kennis met het werk van Bilderdijk en Goethe, die bijna onmiddellijk Büchs grootste literaire helden werden. Met name Goethes Die Leiden des jungen Werthers sprak tot zijn verbeelding, omdat hij daarin het peilloze leed om een verbroken liefde herkende, net zoals het gevoel losgezongen te zijn van de wereld en door niemand begrepen te worden.

Als ik één boek goed zou willen beheersen zou het ‘de Wahlverwandschaften’ zijn. Ik ga ‘de Werther’ weer eens lezen (voor de 10de keer?)

Maar niet alleen het trieste verhaal sprak hem aan. Misschien was hij nog wel meer gefascineerd door de spraakmakende ontvangst van het boek. Vanaf het moment dat de briefroman in 1774 verscheen, was het een doorslaand succes in nagenoeg heel Europa. De vraag in hoeverre Goethe in feite de jonge Werther was en Lotte diens jeugdliefde Charlotte Buff, zou de gemoederen decennialang bezighouden, wat aanzienlijk bijdroeg aan Goethes faam. Deze was zich daarvan maar al te zeer bewust en hij deed er alles aan de cultus rond zijn persoon te vergroten. Schandalen, mystificaties en relletjes droegen daaraan bij en zorgden voor nog meer belangstelling voor zijn werk. Een kleine tweehonderd jaar later bracht Büch die les in de praktijk door die levensstijl te cultiveren – of dat althans te proberen.

Ook Boudewijn Büch bediende zich rijkelijk met het vermengen van autobiografie en fictie. Deze techniek wordt in de cultuurwetenschap aangeduid met de term ‘Autobiografictie’. 

Lees hier meer over in ‘Autobiografictie’