Sluiten

Boudewijn
Büch

'een wereld verzinnen om
mezelf waar te maken'

de reiziger

Vanaf 1988 nam Büch zijn kijkers mee door De wereld van Boudewijn Büch. De titel kon niet beter gekozen zijn, want iedere aflevering was gewijd aan een van zijn vele fascinaties: van obscure eilanden en dodo’s tot ontdekkingsreizigers en Amerikaanse popmuziek.

De behoefte om zijn naam te vestigen en zijn minstens zo grote behoefte aan middelen om zijn verzameldrift mee te bekostigen, zorgden ervoor dat Büch vanaf eind jaren zeventig in alle mogelijke kranten en tijdschriften publiceerde: van de universiteitskranten Mare en Folia tot Vrij Nederland en het fonkelnieuwe tijdschrift Hollands Diep. Hij was een ster in het regelen van opdrachten voor zichzelf en minstens zo goed in het hergebruiken van die artikelen zodat hij er meerdere keren voor betaald kreeg. Zo stelde hij in 1980 aan de Volkskrant voor om een serie te publiceren over verafgelegen eilanden: eilanden waar hij nooit was geweest en die hij uitsluitend via zijn boekenkast had bezocht. De serie ‘Eiland in zicht’ verscheen van juni tot en met november op de Achterpagina van de Volkskrant.

In de artikelen maakte hij zijn lezers deelgenoot van zijn morbus insulea, de ziekte die hem liet verlangen naar eilanden en hem er tegelijkertijd van weerhield ze in het echt te willen zien, omdat dan de magie zou verdwijnen. Hoe onbereikbaarder en verlatener het eiland, hoe beter. En dus schreef hij over het eenzame Clipperton, over het Napoleontische ballingsoord St. Helena en de kernproeven op Bikini. Een jaar later bundelde hij de artikelen en verschenen ze in het boek Eilanden bij uitgeverij Bert Bakker.

Vanaf 1988 veranderde Büch definitief van boekenkastreiziger in wereldreiziger. Dertien jaar lang zou hij de wereld rondreizen voor het programma De wereld van Boudewijn Büch, waarin hij zijn kijkers meenam door zijn fascinaties. Kijkers moesten niet verwachten dat hij ze zou rondleiden langs bezienswaardigheden of pittoreske landschappen. In plaats daarvan kregen ze te zien wat Büch hun wilde laten zien: onherbergzame eilanden, uitgestorven dieren, vergeten schrijvers, tragische pophelden en stukken strand waar ontdekkingsreizigers aan land waren gekomen.

Hij liet zijn publiek delen in zijn verlangen om in de voetsporen te treden van zijn helden, waarbij hij duidelijk maakte dat voor hem die voetsporen minstens zo belangrijk waren als de personen die hij achternareisde. Regelmatig ging een groot deel van de uitzending over de barre tocht die hij zelf had moeten maken. Per aftandse jeep liet hij zich door de rimboe van Tasmanië rijden om bij de plek te komen waar Abel Tasman voor het eerst voet aan wal had gezet, met gevaar voor eigen leven trotseerde hij op een muilezel de steile hellingen van Robinson Crusoe-eiland en op Malta wijdde hij een hele uitzending aan zijn pogingen om het rotspuntje Filfla te bereiken.

Die eigenzinnige manier van presenteren was ongetwijfeld een van de redenen waarom het programma dertien jaar lang op de buis zou blijven. Karakteristiek voor het programma was Büchs gewoonte om niet in de camera te praten, maar tegen de cameraman of de andere crewleden. Hoewel hij daarmee met allerlei televisieconventies brak, bleek het een groot succes. De kijkers kregen het gevoel dat ze zelf aangesproken werden en niet thuis op te banken zaten, maar zelf naast de camera stonden.

Televisie was voor Büch het ideale medium om van zichzelf een personage te maken. Tegelijkertijd liet zijn reisprogramma ook de persoon Büch zien, want de onderwerpen waren steevast zijn eigen fascinaties.

Lees hier meer over in ‘Goethe achterna’