Sluiten

Boudewijn
Büch

'een wereld verzinnen om
mezelf waar te maken'

de boekpromotor

Büch vestigde zijn naam als schrijver met De kleine blonde dood, maar zijn grootste roem had hij te danken aan zijn televisiewerk. Vanaf 1982 presenteerde hij een boekenrubriek bij de VARA, die met alle conventies brak en daardoor een heel nieuw publiek bereikte.

Büchs vele publicaties zorgden ervoor dat zijn naam begin jaren tachtig rondgonsde. Toen VARA-redacteur Jan Paul Bresser in 1982 op zoek was naar iemand die een boekenrubriek kon presenteren in het cultuurprogramma De verbeelding, moest hij dan ook direct aan Büch denken. Het bleek een gouden greep. Vanaf de eerste afleveringen was duidelijk dat Büch niet het zoveelste boekenprogramma wilde maken. Anders dan collega’s die zich strak in het pak en welbespraakt richtten tot de hoogopgeleide en doorgewinterde lezer, zat hij vrolijk te kletsen, gekleed in een knalrood pak, een matrozenblouse of getooid met een Rolling Stones-stropdas. Het meest populaire onderdeel van de rubriek was de quiz waarin kijkers moesten raden welke boektitel hij uitbeeldde. Zo kon hij in huilen uitbarsten boven een puntzak Vlaamse frieten om zo Het verdriet van België uit te beelden of gaf hij gestalte aan Opwaaiende zomerjurken door zich in een rode jurk te hullen.

Zijn aanpak was luchtig, maar dat gold niet voor de boeken die de revue passeerden. Hij schonk aandacht aan jonge onbekende auteurs, aan oude helden zoals Couperus, aan literaire tijdschriften – ‘een vracht aan nieuw proza, nieuwe gedichten, nieuwe artikelen voor zes à zeven gulden per nummer!’ – en aan poëzie, terwijl hij niemendalletjes over zijn schouder de studio in smeet.

Met die manier van doen bereikte hij niet zozeer de ervaren lezer, maar juist degenen die nog geen goedgevulde boekenkast hadden: jongeren en ‘de gewone man’ – wat naadloos aansloot bij het sociaaldemocratische ideaal van de VARA. In 1984 kreeg Boudewijn daarom zijn eigen programma: Büchs boeken, waarin hij een half uur lang boeken besprak, schrijvers interviewde en boektitels uitbeeldde. Dat alles uiteraard op geheel eigen wijze. In een van de eerste afleveringen parodieerde hij zijn collega’s die literatuur bespraken ‘zoals het heurt’. Met een grote bril op zijn neus, nippend aan een glas rode wijn en vergezeld van zijig vioolstrijkje, vertelde hij op geaffecteerde toon over de nieuwe bundel van Judith Herzberg. Toen hij verstrikt raakte in zijn zinnen, rukte hij zijn bril af, zette de wijn weg en riep uit: ‘Dit is toch volstrekt belachelijk. Zó ga je dus niet met kunst om.’ Vervolgens pakte hij van onder zijn tafel een glas frisdrank en vervolgde: ‘Gewoon een lekkere werkcola en normaal praten.’

In zijn rol als boekpromotor werd Büch door critici weggezet als ‘literaire clown’ of ‘boertige volksjongen’, maar het publiek was dol op hem.

Lees hier meer over in ‘Büchs boeken / Büch’